Historie
In 1260 is er door de Gentenaars een zeeweg gegraven naar de zee. “De Lieve” liep van Gent via Damme naar het Zwin.
Na verzanding van het Zwin ca. 1420 zochten de Gentenaren een nieuwe uitweg naar zee.
Door allerlei omstandigheden, de 100 jarige oorlog, de strijd tussen de Leliaerts en de Klauwaerts en de steeds weer terugkerende overstromingen in het noorden van Vlaanderen, werden deze plannen steeds weer uitgesteld.
Met vergunning van Philips I. Koning van Spanje, hebben de Gentenaars in het midden van de 16e eeuw op hun kosten een vaart gegraven naar de Honte.
Deze vaart liep tot tegen de Graaf Jansdijk. Er was toen nog geen sprake van een doorsteek door de dijk. De goederen moesten ter plekke worden overgeslagen. ( Overslag ).
Pas in 1549 gaf Karel V zijn geboortestad Gent toestemming een sluis of sas te bouwen in de zware Graaf Jansdijk, mits er een vingerling ( een ringdijk op de schorren ) aangelegd zou worden.
Op 19 augustus 1551 werd de eerste steen gelegd van de zoute Speije door de burgemeester van Gent.
Op 8 mei 1561 legde de hoofdbaljuw van Gent de eerste steen voor de zoete Speije.
Toen Karel V in 1555 afstand gedaan had als Heer der Nederlanden, vertrok hij vanuit Brussel via Gent naar het Sas van Gent om daar met zijn beide zusters, Eleonora en Maria voor het laatst de werken aan de Sasse vaart te bezoeken.
Vanuit het Sas van Gent vertrok Karel V. naar Vlissingen waar hij inscheepte naar Spanje.
Bij het bouwen van de sluis en het graven van de Sasse vaart was een kleine nederzetting ontstaan. Deze nederzetting bestond uit kaaimeesters, kaaigezellen, winkeliers en herbergiers.
Dit is het ontstaan van Sas van Gent
Al heel gauw hebben de Gentenaars een schans opgeworpen om hun dure sluizen en hun stad te beschermen.
Dat die bescherming wel nodig was blijkt wel uit het feit dat de Watergeuzen op 21 mei 1572 een aanval deden op de nederzetting. Ze staken de huizen in brand en verwoesten de sluis! Slechts 10 huizen bleven gespaard.
In 1577 was de schade hersteld en kon de scheepvaart naar Gent weer doorgaan.
Niet alleen de sluizen waren hersteld, ook de verdedigingswerken werden uitgebreid. We kunnen nu al spreken van een vesting. De vesting bestond uit een wal met vier hoornwerken en daaromheen lag een gracht. Deze gracht blijft in de later uitgebreide vesting werken bestaan en heet aan de oostzijde Hospitaalwater en aan deWestzijde Meulenwater. Het gedeelte binnen de muren is het zgn. Hoge Sas.
Doordat Gent in 1579 de Unie van Utrecht tekende, kwam de stad Gent en omstreken in handen van de Staten.
Dat de kleine Sasse vestiging belangrijk was, blijkt wel uit het feit dat Alexander Frnese, hertog van Parma in 1583 opdracht gaf aan de marktgraven Montigny en Rysenburg zich van het “Sas van Gent “meester te maken. Dit lukte door verraad van de baljuw van het land van Waes, Servaas van Steenland.
Door deze verovering en die van Axel, Hulst en Sluis bedreigden Spaanse troepen de steden Gent en Brugge en konden zo geheel Vlaanderen onder Spaanse heerschappij brengen.
Het is dit Spaanse bewind dat begonnen is met het omvormen van “Het Sas van Gent “ van een schutsluis tot een machtige vestiging.
Het is geworden: Een bolwerk voor Gent.
Een burcht voor het land Waes
Een poort voor Vlaanderen.
In 1602 is ook Rapenburg ommuurd. ( Het Rapenburg was het gedeelte waar het gewone volk woonde).
Aan de oostzijde werd de stad beschermd door het water van de Papegeule, een zijarm van de Braakman.
De noord- west en zuidzijde werden beschermd door een wal, waarin verschillende bastions.
De wal was omringd door een diepe gracht waar enkele ravelijnen en lunetten in lagen. Het Sas van Gent was een mooi stadje geworden.
Op 28 juli 1644 begon Frederik Hendrik, Prins van Oranje met het beleg van Sas van Gent. Groot was de tegenstand die hij van Spaanse zijde ondervond.
De Prins had zijn hoofdkwartier in Assenede. Omdat de Spanjaarden verschillende pogingen ondernamen de vestiging te ontzetten, moest Frederik Hendrik zijn legerplaats versterken door er een dubbele gracht van twaalf voet breedte om te laten graven. Op een dijk lopende van Assenede naar Sas van Gent werd een batterij va zes stukken opgeworpen. Langs deze dijk bereikte men eindelijk de gracht van de contre-escarp. De troeppen van de Prins van Oranje slaagden er in twee bruggen te slaan over de eerste gracht en veroverden een groot gedeelte van de contre-escarp.
Nu stonden de troepen voor de diepe en brede gracht.
Over die vestiginggracht werden twee gaarderijen gebouwd, overdekte bruggen. De Spaanse bevelhebber was bevreesd voor een bestorming der stad en verzocht onderhandelingen.
Op 5 september 1644 capituleerde de vesting Sas van Gent.
Na de vrede van Munster in 1648 ging de economische betekenis van het kanaal sterk achteruit. De Schelde was immers gesloten en er was geen handel met de stad Gent meer mogelijk.
Het kanaal werd schromelijk verwaarloosd.
De betekenis van de vesting nam echter sterk toe. De vesting werd uitgebouwd tot een der sterkste van Europa! Het “Sas van Gent” was nu geen poort van Vlaanderen meer maar een dolk gericht op het hart van Vlaanderen.
De vestingwerken van Sas van Gent waren zeer uitgebreid. De vesting was voorzien van:
zeven bolwerken :
1. Bolwerk Hollandia
2. Bolwerk Zeelandia
3. Bolwerk Generaliteit
4. Bolwerk Oranje
5. Bolwerk Nassau
6. Bolwerk Coehoorn
7. Bolwerk Vassy
Een bolwerk of bastion is een vijfhoekig uitspringend deel van de wal van een vesting, fort of schans. De bolwerken zijn onderling verbonden door Courtines, een muur van het ene bolwerk naar het andere.
Vijf- later zes ravelijnen:
8. Ravelijn Stuwart
9. Ravelijn Rijsenburg
10. Ravelijn Ivoy
11. Ravelijn Fierens
12. Ravelijn ……..
13. Ravelijn ……..
Een ravelijn is een driehoekige voorschans in de gracht, die dient om de weg tussen de bolwerken te dekken. Een ravelijn ligt dus altijd tegenover een courtine.
Enige Lunetten:
14. Lunet de Scheepswagt
15. Lunet voor den Tant
Later Lunet Amelia
Lunet De Reserf.
Een lunet of brilschans is een buitenwerk los van de eigenlijke vestingwerken. Een lunet ligt meestal voor een bolwerk of bastion om dit te beschermen, Hier diennen ze om de toegang tot de vaart die dwars door Sas van Gent loopt te beschermen.
Drie Poorten:
De Gentse Poort of Boheemse poort
De Axelse Poort of Oostpoort
De Philippine Poort of Waterpoort.
Alle drie zijn in 1826 afgebroken.
De voltooide vesting was een prachtstuk van vestingbouw. Zuiver, regelmatig van vorm kon de vesting niet zijn omdat de ligging van de sluis daartoe een beletsel vormde. Naar regelmatigheid is wel gestreefd. De punten van de zes bolwerken liggen in cirkelvorm en de afstanden tussen die punten zijn bijna gelijk.
Er is voortdurend aan de vesting gewerkt, om haar aan de steeds wisselende eisen van verdediging aan te passen.
In 1672 maakte de Republiek der Verenigde Nederlanden een moeilijke tijd door. Ook voor de vesting Sas van Gent waren het benarde tijden. Nog voor de officiële oorlogsverklaring vielen de Franse troepen de Zuidelijke Nederlanden binnen.
De Fransen probeerden door verraad de Sasse vesting in handen te krijgen. Ze probeerden de bevelhebber van het fort SST.Antoon om te kopen. Deze commandeur speelde het spel mee maar waarschuwde de Prins van Oranje. Om de Franse troepen tegen te houden werd door de Raad van State op 7 en 20 juli 1672 gelast de dijken van de jonge Carnisvlietpolder bij het Pas en aan het fort SST.Marc door te steken.
De poging Sas van Gent in handen te krijgen was mislukt!
In 1696 werd een gedijmolen in de vestingwal gebouwd, kompleet met aan en afvoerleidingen. Deze werkte dus op het verschil van het water bij eb en vloed. Om te voorkomen dat het zoute water in de vestinggrachten kwam werd gebruik gemaakt van een ingewikkeld stelsel van sluizen en grachten. Ook een z.g. stenen beer had een waterstand regulerende werking. Een bijzonderheid in de Nederlandse vestingbouw was de zeer zeldzaam toegepaste omgekeerde coutine, die nodig was om dit kanalenstelsel behoorlijk te doen functioneren.
Deze nieuwe getij-korenmolen was een van de eersten van dien aard in ons land. Ofschoon in deze tijd drie korenmolens op de wallen stonden, op Coehoorn- op Oranje- en op Generaliteit, achtten onze vestingbouwers de aanwezigheid van een geheel bomvrije korenmolen van groot belang. De molens op de bastions waren in tijd van belegering inderdaad te kwetsbaar.
In het verslag van de gebeurtenissen bij het beleg van 1774 lezen we: “Het graan dat in het hospitaal was, opgeslagen en in zekerheid laten brengen en met het malen een aanvang gemaakt …”
Deze regels moeten op de waterkorenmolen staan. Een plattegrond van deze molen uit 1750 laat zien dat het rad in een zijkanaal draaide, dat met twee openingen in het hoofdkanaal uitkwam. Dit hoofdkanaal liep door een groot gemetseld gewelf onder de hele breedte van de vesting door. Dit gewelf is het enige thans nog bewaard gebleven deel van de vesting. Ook een opslagruimte voor het graan en een ruime bakkerij vonden een plaats onder de grond, onderling en ook met Bastion Zeelandis verbonden met een aantal ondergrondse gangen. In het midden van de 18e eeuw werd in de courtine tussen Hollandis en Vassy en tweede bakkerij gebouwd, eveneens bomvrij. Ze lag achter het sasmeesterhuis.
Bastion Zeelandia stond op haar beurt via een gangenstelsel in verbinding met Bastion Generaliteit. Er bestaat nog een rapport dat vermeld dat in 1785 nog reparaties aan de
molen zijn verricht.
Ondanks de meer dan een eeuw durende ontmantelingen van de vestiging was rond 1930 nog deze hele watermolen met bakkerij, bergplaats en gangen vrijwel intact.
Ook het Molenwater met sluiswerken en stenen beer bestond toen nog.
In 1740 brak de Oostenrijkse Successieoorlog uit. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden raakte hierin betrokken, omdat zij in 1713 de Pragmatieke Sanctie ondertekend had. Bij die Pragmatieke Sanctie werd bepaald dat de Habsburgse landen na het overlijden van Karel VI. Onverdeeld zouden blijven en dat bij het ontbreken van een mannelijke troonopvolger Maria Theresia haar vader zou kunnen opvolgen.De ondertekende landen verplichten zich Maria Theresia bij een geschil de erfopvolging met wapens bij te staan.
Toen in 1740 keizer Karel overleed, betwisten Beieren , Saksen,Spanje en Frankrijk Maria Theresia de rechten op de troon.
In de oorlog die toen uitbrak was de Republiek der Verenigde Nederlanden zeer ongelukkig.De troeppen van Lodewijk XV drongen al gauw de Oostenrijkse (zuidelijke) Nederlanden binnen. In 1747 veroverden de Fransen Gent. Op 17 april 1747 verlieten de Franse troepen de stad Gent en Marcheerden richting Sas van gent. De stad werd door de Fransen beschoten. Bij deze beschieting gingen de kerk en verschillende huizen in vlammen op.
Al spoedig gaf de vesting zich over. Na de vrede van Aken in 1748 moesten de Fransen de stad weer ontruimen en kwam Sas van Gent weer in handen van de Hollandse troepen.
De vrede heeft niet zo lang geduurd.In 1795 verklaarde de Franse republiek de oorlog aan alle vorsten van Europa en aan de stadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Franse troepen en de uitgeweken patriotten rukten de zuidelijke Nederlanden binnen. Op 15 februari 1795 stelde Zeeland zich onder Frans bestuur en weer trokken de Fransen onze vesting binnen.
Sas van Gent maakte voortaan deel uit van het Frans departement de L’Escaut.
Voor onze vesting had dit tot gevolg dat reeds in ditzelfde jaar het beruchte “Comité du Saluut Public”de slechting van de vestingwerken gelastte. Veertien jaar lang werd eraan gesloopt tot in 1809 de werken werden stopgezet. In de volgende jaren werd zelfs weer aan herstelwerkzaamheden begonnen. Een gedeelte van de vestingwerken werd weer “opgemaakt”. Maar niet voor lang: Bij Kon.Besluit van 21 juni 1816 werden de bestaande wallen aan de domeinen overgegeven en verpacht.
Ruim 100 jaar lang heeft de slopingswoede van de 19e en de 20e eeuw in onze roemruchte veste huisgehouden en praktisch geen steen meer op de andere gelaten.
Hele gezinnen leefden uitsluitend van wat het slopingswerk hun opbracht. Vooral in de crisisjaren rond 1930 werd de vesting sas van gent de genadeslag toegebracht. Onder burgemeester Hoefnagels werden de nog bestaande gedeelten door een heel leger werklozen in “Werkverschaffing”met de grond gelijk gemaakt. Bijna alles werd aan vernietiging prijs gegeven. Alleen ‘n gedeelte van bastion Generaliteit, onder de ruïne van de molen en wat nog rest van de getij-watermolen zijn bewaard gebleven als herinnering aan een groots verleden.
Was Sas van Gent vanaf zijn ontstaan midden 1500 afhankelijk van de scheepvaart, sluizen, overslag en inkomsten van gelegerde garnizoenen, begin 1800 brak een armoedige tijd aan.
De grote ommekeer kwam begin 1900 toe diverse bedrijven zich in en rond Sas van Gent gingen vestigen. De Walsenmolen, suikerfabrieken, blauwselfabriek, weverij, ijzergieterij, stijfselfabriek, tapijtfabriek, pottenbakkerij, betonfabriek, Zuid Chemie,
Visfabriek, brouwerij en limonadefabriek ze werden in rap tempo gebouwd.
Mede dankzij het spoor en de aangelegde tramlijn was Sas van Gent van begin tot midden 1900 een druk en bedrijvig stadje. Alles werd in het werk gesteld om de industrie de ruimte te geven.’Het kanaal werd diverse malen verbreed. De oude sluis werd gedempt en maakte plaats voor de oprit van de nieuwe brug en het Keizer Karelplein.
Vanaf de jaren 1960 begon mede door inflatie en globalisering van bedrijven het tij te keren. De weverij “De Schelde “moest zijn deuren sluiten . Diverse kleine bedrijven verdwenen geruisloos uit het zicht. De tapijtfabriek, De Fatex, Visfabriek .De brouwerijen het blauwselkot , de pottenbakkerij en de betonfabriek “Pissa”waren hen al voorgegaan. Maar ook de grote bedrijven zoals de Walsenmolen en de beide suikerfabrieken konden het hier niet bolwerken en vielen ten prooi aan de centralisering van multinationals.
Al deze veranderingen hebben in Sas van Gent hun lidtekens nagelaten.
Ze hebben gaten geslagen die nu nog goed zichtbaar zijn.
Sas van Gent is de 20e eeuw ingegaan als een industriestad in verval maar is nu bezig zich te ontwikkelen naar een industriestadje waar het goed en plezierig wonen is.